Volgens het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht heeft cultuursubsidie een duidelijk doel: cultuur moet toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor mensen die weinig te besteden hebben. De gemeente zegt dat zij wil dat iedereen kan meedoen aan kunst en cultuur en dat financiële drempels zoveel mogelijk worden weggenomen.
Maar wie naar de cijfers kijkt, ziet dat het tegenovergestelde gebeurt.
De gemeente Utrecht subsidieert twee grote culturele instellingen ruimhartig: TivoliVredenburg en de Stadsschouwburg Utrecht. TivoliVredenburg ontvangt jaarlijks ongeveer 12 miljoen euro subsidie van de gemeente. De Stadsschouwburg ontvangt ongeveer 8 miljoen euro per jaar. Samen gaat er dus 20 miljoen euro belastinggeld naar twee instellingen die vooral worden bezocht door mensen die het zich kunnen veroorloven om een kaartje te kopen.
Wanneer je deze bedragen afzet tegen het aantal bezoekers ontstaat het volgende beeld.
| Instelling / doelgroep | Jaarlijkse subsidie | Aantal | Subsidie per persoon |
|---|---|---|---|
| TivoliVredenburg | €12.000.000 | 1.500.000 bezoekers | €8,00 |
| Stadsschouwburg Utrecht | €8.000.000 | 225.000 bezoekers | €35,56 |
| Cultuurparticipatie inwoners Utrecht | €1.541.000 | 376.000 inwoners | €4,10 |
Een bezoek aan TivoliVredenburg wordt dus met ongeveer 8 euro subsidie per kaartje ondersteund. Voor een bezoek aan de Stadsschouwburg ligt dat bedrag zelfs rond de 36 euro per kaartje.
Tegelijkertijd is voor cultuurparticipatie van alle inwoners van Utrecht samen slechts ongeveer €1,541 miljoen per jaar beschikbaar. Dat komt neer op ongeveer €4 per inwoner per jaar.
Daarmee subsidieert de gemeente in de praktijk vooral kaartjes voor mensen die toch al gaan, terwijl inwoners met een kleinere portemonnee veel minder worden bereikt.
Het beeld dat de gemeente veel geld investeert in cultuurparticipatie in de wijken klopt bovendien maar ten dele. Een deel van het geld dat als participatie wordt gepresenteerd, gaat naar organisaties en locaties waar culturele makers werken en activiteiten aanbieden. Maar wie daar muziekles wil volgen, een cursus wil doen of structureel wil meedoen, moet vaak nog steeds gewoon betalen.
Voor veel inwoners blijft cultuurparticipatie daardoor afhankelijk van hun portemonnee.
Stadsbelang Utrecht vindt dat dit eerlijker kan.
TivoliVredenburg en de Stadsschouwburg trekken samen ongeveer 1,725 miljoen bezoekers per jaar. Als de subsidie aan deze instellingen met 1 euro per kaartje wordt verlaagd, betalen bezoekers simpelweg 1 euro extra voor hun kaartje.
Voor de meeste bezoekers is dat een verwaarloosbaar bedrag. Maar voor de stad maakt het een groot verschil. Met deze maatregel komt jaarlijks ongeveer 1,75 miljoen euro vrij.
Dat geld kan worden ingezet voor culturele evenementen en activiteiten in wijken waar cultuurparticipatie laag is, zodat inwoners zonder financiële drempel met kunst en cultuur in aanraking kunnen komen.
En daarmee gebeurt iets wat nu nog niet gebeurt.
Een bezoeker van TivoliVredenburg krijgt nu ongeveer 8 euro subsidie per kaartje. Met deze maatregel kunnen ook inwoners die nooit een kaartje kopen eindelijk een vergelijkbaar cultureel voordeel krijgen, doordat er activiteiten in hun eigen wijk worden georganiseerd.
De keuze is dus eenvoudig.
Blijven we vooral subsidie geven aan bezoekers die al naar concerten en voorstellingen gaan, of zorgen we ervoor dat alle Utrechters een gelijk aandeel krijgen in het cultuurgeld van de stad?
Cultuursubsidie hoort niet de prijs van een avond uit voor de culturele elite te verlagen.
Cultuursubsidie hoort ervoor te zorgen dat iedere Utrechter kan meedoen.
©2025 Stadsbelang Utrecht Alle rechten voorbehouden