
De overheid is dol op participatie. Er zijn participatieladders, participatieverordeningen en participatietrajecten. We meten, monitoren en organiseren betrokkenheid. Maar hoe meer we participatie organiseren, hoe minder het voelt als echte betrokkenheid.
Echte participatie ontstaat niet in een projectplan. Die ontstaat wanneer inwoners zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun straat, hun buurt en hun stad. Niet wachten tot ze ruimte krijgen, maar die ruimte pakken. Wie betrokken wil zijn, moet eigenaarschap nemen. Alleen zo ontstaat een participerende samenleving.
Dat vraagt iets van burgers. Maar het vraagt vooral iets van de overheid.
Loslaten betekent niet dat je geen spelregels hebt. Het betekent dat je niet alles vooraf dichtregelt. Het betekent dat je niet elke energie in een beleidskader probeert te persen. Gemeenschap laat zich niet organiseren als project. Gemeenschap ontstaat waar initiatief niet wordt verstikt door regels, formats en controle.
Te vaak wordt participatie ingezet om draagvlak te organiseren voor een besluit dat al genomen is. Dat ondermijnt vertrouwen. Mensen voelen feilloos aan wanneer ze mogen meepraten en wanneer ze echt mogen meedoen.
Overheidsparticipatie begint daarom niet bij het organiseren van inspraak, maar bij het beschermen van ruimte. Ruimte voor initiatief. Ruimte voor experiment. Ruimte om het anders te doen dan het stadhuis had bedacht.
De overheid moet duidelijk zijn over kaders, rechtsgelijkheid en publieke belangen. Dat is haar taak. Maar binnen die kaders moet ze durven terugstappen. Niet overal bovenop zitten. Niet alles willen sturen.
Participatie is geen instrument. Het is een cultuur.
En cultuur groeit niet door organisatie, maar door vertrouwen.
Wie dat begrijpt, hoeft participatie niet te regisseren.
Dan ontstaat ze vanzelf.
Zie:
©2025 Stadsbelang Utrecht Alle rechten voorbehouden