Utrecht heeft 508 miljoen euro aan langlopende leningen afgesloten met een renteverzekering (derivaat) en is daarmee een van de gemeenten met de grootste derivatenportefeuilles in het land, zo niet de grootste. Het voordeel van zo’n verzekering is dat als de rente stijgt boven de afgesproken rente dat de gemeente niet meer gaat betalen als de afgesproken rente. Het nadeel van zo’n verzekering is dat als de rente tussentijds of op einddatum lager is dan de afgesproken rente de gemeente kan worden verplicht om een boete (premie) te betalen.  Partijen zoals woningbouwvereniging Vestia zijn hier bijna aan aan kapot gegaan.

Drie verzekeringen met risico

Utrecht heeft drie verzekeringen van de Rabobank, waarbij in 2023, 2024 en 2025 het risico bestaat dat er boete moet worden betaald. Als de rente zo laag is als vandaag betekent dit dat Utrecht 75 miljoen euro boete moet betalen aan de Rabobank . Dat is veel geld, waarover pas sinds kort duidelijkheid is. Utrecht moet dat geld dan lenen, want de reserves zijn leeg en Utrecht heeft weinig geld op de bank. Een potentiële bom onder de financiële positie van de stad. Meer lezen over de risico’s van Utrechtse derivaten>>

Het college bagatelliseert het risico, “de rente zal dan vast veel hoger liggen en dan hoeven we minder of niets te betalen. Als de rente toch zo laag ligt hebben we zo’n boete vanwege die lage rente op een lening weer snel weer terugverdient” zijn de argumenten van het college.

Hier neemt Stadsbelang Utrecht geen genoegen mee. Dit risico moet snel naar beneden, het liefst naar nul. Daarom zullen wij tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota op 30 juni 2016 een motie indienen waarin wij de opdracht geven aan het college om in overleg te gaan met de Rabobank. Zij dienen vanuit het licht van de goede relatie met de gemeente Utrecht wat doen aan dit risico. Zeker gezien het feit dat we nog meer zaken doen met de Rabogroep, waar zij aan verdienen kunnen ze Utrecht best tegemoet komen. Reciprociteit noemen we dat.