“Als Stadsbelang Utrecht doen we ertoe. Dat hebben we de afgelopen vier jaar wel bewezen.”

Met name op financieel gebied hebben we ons laten horen en moest de coalitie telkens op onze kritische noten bijsturen. Dat we als nieuwe partij in de raad kwamen met twee zetels was, ondanks dat we er natuurlijk heel erg ons best voor hebben gedaan, een fijne verrassing.

We waren de grootste, nieuwe binnenkomer van het hele land en dat was heel mooi. Een groot deel van die twee zetels dankten we natuurlijk aan onze opstelling in het bibliotheekdossier, namelijk dat we de plannen voor de bouw van de bibliotheek op het Smakkelaarsveld te overdreven en onwerkelijk vonden. We hebben echter ook een stevige campagne gevoerd, die erop gericht was om bij de mensen thuis te komen via onze krant. We lagen daar letterlijk op tafel en iedereen kon lezen wat onze boodschap was: zuinig met geld omgaan en de zorg voor elkaar. Wat dat concreet betekent? Zuinig is dat je niet investeert in te grote projecten vanuit grootheidswaanzin en zorgen voor elkaar
doe je bijvoorbeeld door het terugdraaien van bezuinigingen op het armoedebeleid.

We zijn deze afgelopen raadsperiode kritisch geweest op de wijze waarop het college Utrechts geld uit heeft gegeven. Waar we hierbij last van hadden, was dat er een slappe oppositie was. We voelden ons vaak alleen staan. Zeker in het begin. De reden daarvoor is dat andere oppositiepartijen zoals PvdA en CDA in het verleden voor zaken hebben gestemd waarop ze nu niet terug kunnen komen. Dat noemen we de last van historische dossierverantwoordelijkheid.

Hierbij noem ik een parkeergarage van 50 miljoen euro op het Jaarbeursplein, die niet zelf hadden moeten realiseren. Als ik aangeef dat dat een slechte investering is, hebben PvdA en CDA daar moeite mee.  Zij hebben immers in het verleden als collegepartij voor gestemd.

We zijn ook kritisch geweest op bezuinigingen die de mensen die het meest kwetsbaar zijn treffen, zoals op het armoedebeleid. Het college wilde bezuinigingen uit de vorige periode niet ongedaan maken en zelfs nog meer bezuinigen. Daar hebben wij een stokje voor gestoken. Daklozen zouden er 100 euro per maand op achteruit gaan. Ik ben er nog steeds trots op dat dat niet is doorgegaan. Wij vonden dat er meer geld moest gaan naar het armoedebeleid en dat is op aangeven van ons ook gebeurd.

Een van de hoogtepunten was toch wel onze strijd tegen de verhuizing van de tippelzone die weg moet bij de Europalaan. Dat hebben wij weten te voorkomen en er is een goede kans dat het nu ook helemaal verdwijnt.

Verder komt er op grond van een motie van ons een brede school voor mavo, en havo en vwo in Leidsche Rijn, vlakbij Cinemec. Dat is een prestatie, want de gemeente heeft eigenlijk absoluut geen geld voor de huisvesting van scholen maar op ons aangeven is dat toch gevonden. Dat is belangrijk want we komen scholen tekort in Utrecht, leerlingen moeten nu vaak heel ver reizen. En we willen meer: een school waar kinderen hun hele schoolcarrière kunnen doorbrengen. Een ander succes waar ik trots op ben is dat we de sportvereniging Nieuw Utrecht hebben kunnen behouden. De club zit in Rijnvliet en sportwethouder Jansen wilde het failliet laten gaan, omdat er huurschulden waren. Wij hebben toen, na het acht keer herschrijven van een motie, voor elkaar gekregen dat Nieuw Utrecht een tweede kans kreeg en Nieuw Utrecht draait nu als een zonnetje. Wat beter had gekund? We werden verrast door het succes en waren eigenlijk als organisatie nog niet goed voorbereid. Opeens zaten we in de raad en een en ander had toen wel effectiever gekund. Maar hier hebben we veel van geleerd en daardoor staan wij nu als een rots in ons werk in de raad.

Samen met medeoprichter van Stadsbelang Utrecht, Wim Oostveen, kwam ik vier jaar geleden in de raad en het is jammer dat Wim onderweg moest opstappen. Zijn zakelijke belangen in het vastgoed in Leidsche Rijn gingen schuren met zijn rol als raadslid. In Stephan Oost hadden we een goede vervanger en Wim is nog altijd betrokken bij ons werk met raad en adviezen.”