Cultuur in de stad, daar maakt Stadsbelang Utrecht zich ook hard voor. En cultuur mag best wat kosten, mits het geld goed wordt gebruikt.

Cultuur is een verzamelnaam waar iedereen zijn of haar eigen invulling aan geeft. Dat maakt het tot een dynamische begrip. En hoe het dan ook uitpakt, als het kan steunen we graag vanuit de gemeente instellingen met hun culturele aanbod. We zijn trots op het feit dat we als stad aan cultuur kunnen werken en vinden dat dit zeker behouden moet blijven. Maar Stadsbelang Utrecht is niet trots op de manier waarop het geld van de Utrechters soms verdeeld wordt. Er zijn organisaties die al sinds de jaren ‘80 leunen op de steun van de gemeente. Is dat niet wat erg lang?

Een goed voorbeeld is theater ‘t Hoogt. Deze bioscoop voor kunstzinnige films heeft de afgelopen dertig jaar vele miljoenen euro’s aan subsidie ontvangen, terwijl de bezoekersaantallen ronduit bedroevend zijn. Dit is een organisatie die tegenwoordig niet eens meer zonder de steun van de gemeente kan bestaan.

Een meer recentelijk voorbeeld van verkeerde culturele subsidies is de Showman’s Fair op het Berlijnplein. Voor het tweede jaar op rij kon de organisatie 400.000 euro aan subsidie cashen. Maar het evenement slaagt er niet in om voldoende bezoekers te trekken. De gemeente sponsort 100 euro per kaartje, belachelijk gewoon. Toppunt van dit weggeefcultuurbeleid is de subsidie aan Museum Oud-Amelisweerd (MOA). Een organisatie die niet eens in de gemeente Utrecht gevestigd is.

Cultuur is goed en Stadsbelang Utrecht wil (vernieuwende-) organisaties en instellingen helpen door het bieden van subsidies. Vervolgens moeten Utrechters laten zien hoeveel daadwerkelijk interesse zij hebben voor dit aanbod. Is die interesse er, dan kunnen die organisaties, eventueel met een afbouw in subsidie, werken naar een bedrijfsmodel waardoor ze op eigen benen verder kunnen. Dat moet het streven zijn en niet voor altijd het handje ophouden.