Selecteer een pagina

Stadsbelang heeft begin dit jaar vragen gesteld over de integratie van statushouders in Utrecht, dit naar aanleiding van het rapport “Geen tijd verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten”, van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Sociaal Cultureel Planbureau. De nationale uitkomsten waren alarmerend, zeker op het vlak van arbeidsparticipatie en toekomstperspectief. Vragen (en antwoorden) integratie Asielzoekers

Het WRR schept het beeld dat in Nederland de arbeidsparticipatie onder statushouders dramatisch is. Twee jaar na het verkrijgen van de tijdelijke vergunning tot verblijf heeft maar 12% een betaalde baan voor 30 uur of meer, na vijftien jaar is dit 33%. Voor de parttime banen is het iets beter, na twee jaar heeft 25% een baan van 8 uur of meer, na 15 jaar is dit 57%.

Het WRR geeft aan dat de problematische arbeidsmarktpositie van veel statushouders wordt veroorzaakt door;
– het lage opleidingsniveau van veel statushouders;
– de geringe werkervaring van veel statushouders;
– het ontbreken van relevante sociale netwerken;
– de duur van de asielprocedure;
– de psychische gezondheid van statushouders.

Oplossing voor huidige en toekomstige toestroom van asielzoekers
Het WRR geeft aan dat het probleem moeilijk te keren valt en dat door snel de problemen omtrent integratie, opleiding, de duur van de asielprocedure  aan te pakken,  integratie en het creëren van perspectief mogelijk kan zijn.

In Utrecht is het niet veel beter
Ook in Utrecht is het erg gesteld met de statushouders. Het huidige asielbeleid lijkt een armoedeval voor de huidige statushouders. In Utrecht zijn over de periode 2011-2015 zo’n 1.403 statushouders gehuisvest. Hiervan heeft zo’n 772 statushouders een bijstandsuitkering, waarvan 509 voor meer dan twee jaar. Zo’n 50 statushouders per jaar vloeien uit de bijstand door naar studie (50%) en werk (25%). Ondanks dat het college heeft aangegeven verbeteringen door te voeren lijken deze zich wel naar nieuwe, maar niet naar oude statushouders te richten.

armoedevalRaadslid Stephan Oost: “Voor de aanwezige statushouders is dit te laat, of een schrale troost. De worst die ze voorgehouden is zijnde het statushouderschap blijkt een structurele armoedeval waarin zij terecht gekomen zijn. Structurele armoede waar niet of nauwelijks uit te komen is, want de afstand tot de arbeidsmarkt wordt groter en groter, zo lang zij in de bijstand of kleine baantjes blijven zitten, zonder goede ondersteuning”.

Stadsbelang Utrecht wil graag blijvend het gesprek aan met het college en andere partijen op welke wijze wij aanvullende voorwaarden kunnen scheppen om ook de huidige statushouders zonder uitzicht te helpen naar de toetreding tot de arbeidsmarkt. Hier moet aanvullend in worden geïnvesteerd, want de problemen zijn groot, misschien wel te groot. Hoe maken we toetreding op de arbeidsmarkt mogelijk?

“Stadsbelang Utrecht stelt zichzelf de vraag hoe humaan is het asielbeleid van de regering en de beleidsvoornemens van de vele landelijke partijen die in de aanloop naar de verkiezingen over elkaar heen buitelen van goede intenties Hoe humaan zijn de asielbeleidsintenties van partijen? Is het niet veel beter om te kiezen voor de ontheemdenstatus, waarbij een tijdelijke vergunning tot verblijf ook echt tijdelijk is. Waarbij een eventuele verstrekking van een permanente vergunning afhankelijk is van de situatie in het land van herkomst en de inzetbaarheid voor werk van de statushouder. Want als een zogenaamd humaan asielbeleid leidt tot werkeloosheid en een daarmee gepaard gaande structurele armoedeval voor velen vragen wij ons af of en in hoeverre dit het echte perspectief moet zijn voor de vluchteling”, aldus fractievoorzitter Cees Bos